Jeugdwet of passend onderwijs?

In basis geldt het volgende: noodzakelijke ondersteuning die primair gericht is op het doorlopen van het onderwijsprogramma valt onder de zorgplicht van de Wet Passend Onderwijs.  Het gaat hierbij om ondersteuning gericht op het volgen van onderwijs en om de leerling verder te helpen in zijn onderwijsontwikkeling. Dat de ondersteuning een bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling op andere leefgebieden, doet daar niet aan af. Is extra ondersteuning ook op andere gebieden nodig? Dan kan de gemeente verantwoordelijk zijn.

Grijs gebied

Er is wel sprake van een grijs gebied. Op sommige punten binnen de twee wetten lopen de verantwoordelijkheden van het onderwijs en de gemeenten in elkaar over. Dit leidt tot onduidelijkheden bij onderwijs en gemeente over inzet en financiering van extra ondersteuning aan jeugdigen. Daarom zijn er richtlijnen opgesteld in oktober 2020. Deze zijn tot stand gekomen met consensus van een brede groep betrokkenen namens school(besturen) binnen de SWV Plein013, Portvolio, de Langstraat en RSV Breda, gemeenten en (de regionale) Toegang.
De richtlijnen helpen je om duidelijk te krijgen of een hulpvraag thuis hoort binnen het passend onderwijs of de jeugdwet.  De richtlijnen zijn ondergebracht in 8 deelonderwerpen.  De onderwerpen  zijn allemaal situaties waarbij er op school, of gerelateerd aan school, ondersteuning aan de leerling moet worden verleend. Wil je meer weten over de totstandkoming van de richtlijnen? Lees dan eerst de leeswijzer die hoort bij de beschreven 8 onderwerpen. Leeswijzer verantwoordelijkheden passend onderwijs en jeugdwet > Wil je meer weten over de (directe) aanleiding voor het opstellen van de richtlijnen? Aanleiding verduidelijken grijs gebied passend onderwijs en jeugdwet.

De richtlijnen zijn opgesteld in oktober 2020 en aangescherpt in januari 2021. De richtlijnen kunnen in de loop der tijd worden aangevuld of worden gewijzigd. Op deze pagina vind je altijd de meest actuele versie.

Onderwerp 1 | OPP (Ontwikkelingsperspectief Plan)

 

Veantwoordelijkheid Passend onderwijs Verantwoordelijkheid Jeugdwet
Als een leerling extra ondersteuning nodig heeft  dan de ondersteuning die de reguliere school standaard volgens het School Ondersteunings Profiel (SOP) kan bieden, moet binnen 6 weken na plaatsing voor de leerling in het SBO, SO, VSO en PRO een OPP opgesteld worden. Er dient ook een OPP te zijn bij uitval/extra ondersteuning in het regulier onderwijs en voor een aanvraag OPDC.

Het OPP dient in gezamenlijkheid met ouders te worden opgesteld. Ouders moeten instemming verlenen op het handelingsdeel.

 

Bij verzoek om inzet jeugdhulp in school moet er een OPP zijn waaruit blijkt dat er extra ondersteuning vanuit onderwijs en jeugdhulp nodig is.

 

 

Voorbeeld

Voor een leerling is geen ontwikkelingsperspectief plan opgesteld omdat hij cognitief geen problemen had, wel gedragsproblemen. De school had een ontwikkelingsperspectief (OPP) moeten opstellen. Dit document is niet alleen vereist bij extra ondersteuning wegens leerachterstanden, maar ook indien wegens gedragsproblemen extra ondersteuning nodig is. De school kan een leerling met een extra ondersteuningsbehoefte niet verwijderen als niet op tijd een ontwikkelingsperspectiefplan met uitstroomprofiel is opgesteld.

Onderwerp 2 | School is niet meer passend, maar ouders willen geen andere school

 

Verantwoordelijkheid Passend onderwijs Verantwoordelijkheid Jeugdwet
School moet duidelijk maken dat ze handelingsverlegen is geworden en dit vastleggen. Hierbij dienen de volgende stappen te worden doorlopen:

  • School dient samen met ouders de ondersteuningsbehoeften van de leerling vast te stellen (OPP).
  • School (bevoegd gezag) moet schriftelijk vastleggen dat school geen Passend onderwijsaanbod kan realiseren.
  • School moet op zoek gaan naar een passende onderwijsplek. Bespreek dit met ouders. Wanneer ouders wel willen, maar de leerling niet waardoor de schoolgang stagneert, neem dan contact op met de leerplichtambtenaar.
  • School moet bespreken met ouders indien gedacht wordt aan SBO, SO, VSO, PRO of OPDC en dat hiervoor zo nodig een TLV Toelaatbaarheidsverklaring zal worden aangevraagd.
  • Als school niet meer passend is en er een andere school gevonden is, kan de school overgaan tot verwijdering, ook als ouders niet meewerken.
  • Belangrijkste les, school houdt regie op het uitvoeren van bovenstaande stappen.
  • School kan zo nodig overgaan tot een melding Veilig Thuis.
De Jeugdwet heeft hierin geen verantwoordelijkheid.

Onderwerp 3 | Ondersteuning binnen school aan leerlingen met een ontwikkelingsstoornis

ADHD en ASS noemen we als veel voorkomend, maar hier kunnen ook andere (ontwikkelings) stoornissen onder vallen.

 

Verantwoordelijkheid Passend onderwijs Verantwoordelijkheid Jeugdwet
Onderwijsondersteuning aan kinderen met een (vermoeden van) ontwikkelingsstoornis zoals ADHD en ASS valt onder Passend onderwijs.

Een drukke leerling (vermoeden ADHD) is een opdracht aan de school om Passend onderwijs te bieden.

Bij een leerling waarbij het vermoeden bestaat dat er sprake is van ASS  is het een opdracht aan de school om Passend onderwijs te bieden.

  • Eventueel met extra inzet/ondersteuningsmiddelen vanuit het SWV Samenwerkingsverband (afhankelijk van de gemaakte afspraken binnen het SWV)
  • OPP is aanwezig als extra ondersteuning noodzakelijk is. (zie onderwerp 1)
  • Indien school niet meer passend is en ouders niet bereid zijn om mee te denken/mee te werken m.b.t. extra ondersteuning binnen het onderwijs, zie dan onderwerp 2.
Als er behandeling nodig is door bijvoorbeeld een kinderpsychiater, kinderarts, orthopedagoog of GZ-psycholoog dan valt dit onder de Jeugdwet.

 

Als er een onderzoek nodig is om het behandelplan voor de jeugdhulp te kunnen bepalen, dan valt dit onder de Jeugdwet.

 

Diagnostiek en behandeling binnen de Jeugd-GGZ valt onder de Jeugdwet.

 

Ouders zijn degene die het onderzoek, behandeling of begeleiding moeten aanvragen.

Voorbeeld

Wat te doen als ouders de signalen die de school geeft niet zien? Wat moet je dan doen als school?

In geval van ADHD kun je het aanbod aanpassen, bijvoorbeeld door gebruik te maken van een bewezen methode zoals ‘druk in de klas’ of inzetten op scholing leerkracht/IB-er. Kijk bijvoorbeeld bij Academische werkplaats voor ADHD en druk gedrag. Bezoek de website  Druk in de Klas >

In geval van ASS is er veel nuttige informatie te vinden bij het NJI in de publicatie.  Bezoek de website van het NJI >. En bij het het Kenniscentrum Kinder- en jeugdpsychiatrie . Bezoek de website van het Kenniscentrum kinder- en jeugdpsychiatrie >

Wanneer de school het onderwijs volgens de afspraken in het OPP heeft aangepast, maar het lukt niet en de ouders zien het probleem niet, kan er geen aanvullende jeugdhulp worden ingezet.  Wanneer school handelingsverlegen is, zie dan de stappen in onderwerp 2. Jeugdhulp kan namelijk alleen op aanvraag van ouders, want jeugdhulp is vrijwillig. Alleen degene die het gezag over de leerling heeft kan jeugdhulp aanvragen.

Onderwerp 4 | Inzet van coaching, therapieën en trainingen op school

Bijvoorbeeld: SoVa-training, speltherapie, kindcoaching.

Verantwoordelijkheid Passend onderwijs Verantwoordelijkheid Jeugdwet
In de memorie van toelichting van de Wet Passend onderwijs is opgenomen dat de school verantwoordelijk is voor ondersteuning in het kader van de onderwijsontwikkeling. De Jeugdwet is verantwoordelijk voor ondersteuning in het kader van psychosociale ontwikkeling.

 

Zijn ouders aanvullend verzekerd voor speltherapie, dan heeft dit voorrang op de Jeugdwet. Financiering dient dan vanuit de zorgverzekering plaats te vinden.

Uitwerking

Onderwijs
In de memorie van toelichting  van de Wet Passend onderwijs staat: speltherapie die er op is gericht om spelenderwijs leerproblemen aan te pakken, observatie, onderzoek of tijdelijke begeleiding door een orthopedagoog of een psycholoog, het aanschaffen van aangepast lesmateriaal (bijvoorbeeld pictogrammen of braille leerboeken), remedial teaching, begeleiding bij dyslexie, sociale vaardigheidstraining of kind coaching.

Jeugdwet
In de jeugdwet staat: speltherapie bij trauma en kinderen met een licht verstandelijke beperking. Vanuit de Jeugdwet mag alleen kwalitatief goede hulp worden ingezet. Bij het NJI is een databank waar staat welke interventies effectief zijn en welke niet. Niet bewezen effectieve interventies zoals bijvoorbeeld de Rots en water training mogen binnen de Jeugdhulp niet worden ingezet. In sommige gemeenten worden deze trainingen wel aangeboden als preventief aanbod in een voorliggende voorziening.  Voorliggende voorzieningen vallen niet onder de jeugdwet. Er is geen verwijzing voor nodig, zijn vrij toegankelijk en vallen daarom niet onder de jeugdwet.

Onderwerp 5 | Individuele begeleiding op school in de klas

 

Verantwoordelijkheid Passend onderwijs Verantwoordelijkheid Jeugdwet
Extra (didactische en pedagogische) ondersteuning die nodig is om onderwijsdoelen te bereiken moet door scholen geboden worden.

Eventueel met extra inzet/ondersteuningsmiddelen vanuit het SWV Samenwerkingsverband (afhankelijk van de gemaakte afspraken binnen het SWV)

Wie verantwoordelijk is, is afhankelijk van het antwoord op onderstaande vragen.

Bepaal eerst:

Wat is de reden en het doel van de individuele begeleiding op school?

Gaat het om onderwijsondersteuning?
Dan is onderwijs verantwoordelijk voor de inzet en financiering van de begeleiding, welke door een onderwijs assistent uitgevoerd kan worden.

Mag je van een school verwachten dat ze structureel individuele begeleiding 1 op 1 in het onderwijs geven? Nee, niet structureel. Wel voor een (korte) periode ter overbrugging, bijvoorbeeld in afwachting op een plaats binnen het (V)SO.

Op grond van de Jeugdwet is de gemeente verantwoordelijk voor de bekostiging van begeleiding op school. Dit betreft jeugdhulp in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en psychische stoornissen.

 

Wie verantwoordelijk is, is afhankelijk van het antwoord op onderstaande vragen.

 

Bepaal eerst:

Wat is de reden en het doel van de individuele begeleiding op school?  Speelt het ook buiten het onderwijs?

Indien het niet primair gaat om onderwijsondersteuning, ga dan door naar de volgende vragen.

  1. Welk specialisme is nodig?
  2. Wat dient de kwaliteit van de begeleider te zijn?

Is er specialistische inzet nodig om aan vooraf bepaalde doelen te werken door of onder verantwoordelijkheid van een SKJ geregistreerde jeugdhulpverlener?

Dan is de gemeente verantwoordelijk voor de inzet en financiering van de begeleiding.

Sommige leerlingen kunnen niet zelfstandig functioneren in school. Ga met school na, wat staat in het OPP aan ondersteuningsbehoefte? wat is de inzet van school? Is er budget van het Samenwerkingsverband voor extra ondersteuning of maatwerk?  Maak vervolgens op maat afspraken wat er vanuit onderwijs en Jeugdwet ingezet gaat worden zodat de jeugdige kan blijven deelnemen aan onderwijs.

 

Voorbeeld Onderwijs

Schaduwbegeleiding is tijdelijke hulp voor leerlingen die wel het vermogen hebben om te leren, maar niet de voorwaarden om tot leren te komen. Ze worden snel afgeleid, zijn beweeglijk, hebben moeite zichzelf te organiseren, komen niet tot gericht werk en raken zo steeds meer de regie kwijt, evenals de school en de ouders.

Waarbij helpt de schaduwbegeleider?
De schaduwbegeleider helpt de leerling bij ondertiteling van de contacten met klasgenoten, bij de groepsinstructies of juist bij het zelfstandig werken.

Hoe werkt een schaduw?
Een schaduw zit achter een kind en geeft hulp/prompts waar een kind even niet verder kan door zijn ondersteunings- of zorgvraag. De hulp kan bijvoorbeeld worden gegeven in de vorm van fysieke begeleiding (bijvoorbeeld een zetje, een tikje tegen de ellenboog), verbale hulp (bijvoorbeeld gedeeltelijk) voorzeggen wat een kind moet zeggen in een sociale situatie) en een meer indirecte vorm van hulp zoals wijzen of vragen stellen.
De fysieke afstand tussen het kind en de schaduw wordt stapsgewijs vergroot. Zo wordt toegewerkt naar zelfstandigheid. Wanneer een kind gewenst gedrag laat zien, dan kan de schaduw meer op maat bekrachtigen, zodat er steeds meer passend gedrag (passend in de klasse-situatie) zal ontstaan.

Voorbeeld Jeugdwet

Een leerling waarbij er vanuit de Jeugdwet individuele begeleiding is toegekend, betrof een leerling van basisschool leeftijd, die door een trauma opeens agressief gedrag kon laten zien, maar de overige tijd een reguliere leerling was. Tot de tijd dat zijn behandeling was afgerond is er begeleiding in de klas toegekend  gericht op de overdracht naar school. De begeleider werkte onder verantwoordelijkheid van de hoofdbehandelaar.

Onderwerp 6 | Begeleiding tijdens pauze en andere vrije momenten binnen het onderwijs

 

Verantwoordelijkheid Passend onderwijs Verantwoordelijkheid Jeugdwet
Tijdens de kleine pauzes worden basisscholen geacht toezicht te houden op de leerlingen. Bij de scholen die een lange lunchpauze hebben zijn ouders verantwoordelijk voor het overblijven van de leerlingen.

Bij een continue rooster waar sprake is van een korte lunchpauze zijn scholen verantwoordelijk voor het overblijven met leerlingen.

Sinds het schooljaar 2006-2007 krijgen scholen voor speciaal basisonderwijs extra middelen in het personeels-en arbeidsmarkt budget voor het professioneel overblijven met leerlingen.

 

Als er extra toezicht nodig is tijdens de vrije lessen/activiteiten die niet direct betrekking hebben op het leerproces van het kind, zijn gemeenten hiervoor verantwoordelijk op grond van de Jeugdwet.

Extra toezicht kan ingezet worden wanneer gedragsproblemen de omgang met andere leerlingen bemoeilijkt. Voor de veiligheid van het kind of andere kinderen, tijdens vrije lessen of activiteiten die niet direct zijn gericht op het leerproces van het kind zoals het speelkwartier, het lopen naar de gymlessen etc.

De problematiek moet ook buiten het onderwijs spelen.

 

Voorbeeld Jeugdwet

Een leerling die door zijn problematiek non-stop vecht- of vluchtgedrag vertoont. Tijdens minder gestructureerde onderwijsvormen zoals bijvoorbeeld pauzes en gymlessen is het niet mogelijk voor de leerkracht alleen toezicht te houden op deze leerling. Het is dan noodzakelijk dat er ter voorkoming van schade voor deze en andere leerlingen er tijdens deze minder gestructureerde onderwijsvormen iemand is die toezicht op alleen deze leerling zal houden en hem kan corrigeren als dat nodig is. Aangezien er binnen het onderwijs geen structureel  1 op 1 onderwijs bestaat zullen deze kosten onder de Jeugdwet vallen.

Onderwerp 7 | Huiswerkbegeleiding

Huiswerkbegeleiding is een taak van ouders.

Verantwoordelijkheid Passend onderwijs Verantwoordelijkheid Jeugdwet
Als de extra ondersteuning voor de leerling primair gericht is op het leerproces, is de school verantwoordelijk. Het gaat dan om ondersteuning gericht op het volgen van onderwijs en om de leerling verder te helpen in zijn onderwijsontwikkeling (TK 2011-2012, 33 106, nr. 3, p. 16; MvT Wetsvoorstel Passend onderwijs).

Minister Slob heeft op 25 juni 2018 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2017–2018, 31 289, nr. 371 p. 10) aangegeven wat de motieven zijn voor huiswerkbegeleiding:

  • “Remediërend motief (het inlopen van achterstanden). Dit is een taak van de school. Scholen krijgen daar ook extra onderwijsachterstandenmiddelen voor”.
  • “Competitief motief (een zo hoog mogelijke onderwijsprestaties behalen om zo de toekomstige maatschappelijke positie van de leerling te versterken). Iedere school behoort een leerling uit te dagen. Ouders verwachten echter in deze tijd meer van een school. Er is een toenemende prestatiedruk. Scholen trekken daarom een grens bij de extra’s die ouders kunnen vragen, deels door te verwijzen naar externe instituten. Het is legitiem dat scholen hier in bepaalde gevallen een grens trekken. Ouders hebben hier ook een verantwoordelijkheid”.
  • “Compenserend motief (school biedt onvoldoende maatwerk en begeleiding aan de leerling). Dit is een taak van de school. Omgaan met verschillen is een belangrijk aandachtspunt in ons onderwijs. Daarom zet ik (Minister Slob) ook in op meer maatwerk in het onderwijs. Het gelijke kansenbeleid en de Gelijke Kansen Alliantie (GKA) bieden scholen extra mogelijkheden voor ondersteuning van vooral kansarme leerlingen”.
  • “Uitbesteding ouderlijke taken (thuis teveel afleiding of geen begeleiding mogelijk). Dit is in principe geen taak van de school. Hiervoor is een appel nodig op de ouders en is het van belang dat de school een effectieve aanpak heeft om de ouderbetrokkenheid te vergroten”.
  • “Specifieke leerbehoeften (dyslexie/dyscalculie, faalangst, autisme of hoogbegaafdheid). Dit is een taak van de school maar heeft zijn grenzen. Het beleid gericht op Passend onderwijs is ook voor deze leerlingen bedoeld”.

“Als scholen in overleg met ouders op de bovenstaande wijze omgaan met de verschillende motieven worden de kansen van leerlingen geborgd” Aldus Minister Slob.

Huiswerkbegeleiding is geen jeugdhulp.

De term jeugdhulp in de Jeugdwet omvat de ondersteuning, hulp en zorg aan jeugdigen (en hun ouders) bij alle denkbare opgroei-, opvoedings-en psychische problemen en stoornissen (TK 2012-2013, 33 684, nr. 3, p. 18). Huiswerkbegeleiding valt niet onder deze omschrijving, is namelijk onderwijs.

Wanneer is er sprake van Jeugdhulp? Uit het overzicht “motieven voor huiswerkbegeleiding van de minister blijkt dat huiswerkbegeleiding een taak van ouders en school is waarbij jeugdhulp geen rol speelt. Op het moment dat ouders problemen hebben met het begeleiden van hun kind bij het maken van huiswerk is er eventueel wel opvoedondersteuning mogelijk vanuit de Jeugdwet.

De ondersteuning dient dan geboden te worden door een jeugdhulpaanbieder en niet door een huiswerkinstituut. Het ondersteunen van ouders bij het maken van huiswerk is dan nog steeds de eerste stap.

Bij leerlingen die een specifieke problematiek hebben, bijvoorbeeld bij een verstandelijke beperking of ASS  problematiek is de ondersteuning bij huiswerk ook een taak voor ouders. Om te leren omgaan met de specifieke problematiek kunnen ouders jeugdhulp krijgen als opvoedondersteuning, waardoor zij hun kind beter kunnen ondersteunen bij het huiswerk maken.

Onderwerp 8 | Stagebegeleiding

In Artikel 17 WEC, lid 1 staat dat: stage in het VSO  is voor leerlingen vanaf 14 jaar en voor maximaal 4 dagen per week.
Voor de bepaling van stage lopen is van belang wat het uitstroomprofiel is van de leerling. Het uitstroomprofiel is opgenomen in het OPP. De uitstroomprofielen zijn: Arbeidsmarktgerichte uitstroomprofiel, vervolgonderwijs en dagbestedings-uitstroomprofiel.

Verantwoordelijkheid Passend onderwijs Verantwoordelijkheid Jeugdwet
Wanneer een leerling met een uitstroomprofiel arbeidsmarktgericht of vervolgonderwijs stage gaat lopen, dient er een stagecontract te worden afgesloten tussen de stageplaats, school en leerling.

AWBZ richtlijn versie 7.1 (2014) geeft aan wat onder Passend onderwijs valt.

“Als een kind vanwege een aandoening, stoornis en beperkingen gedrag heeft dat het leren bemoeilijkt, valt de daarbij behorende begeleiding onder het onderwijs. Het gaat daarbij om activiteiten die te maken hebben met de lessen, het leren, de vakinhouden de pedagogische en didactische omgang én om alle activiteiten onder schooltijd die bij de behandelvorm ‘Behandeling gericht op herstel en/of het aanleren van vaardigheden of gedrag’ horen. Als het leveren van meer toezicht dan gebruikelijk noodzakelijk is, kan dit wel tot een AWBZ aanspraak leiden.” (p. 214)

Bij reguliere stages gericht op arbeidsmarkt valt de noodzakelijke begeleiding onder “het aanleren van vaardigheden of gedrag” en daarvoor is de school verantwoordelijk. Als er meer begeleiding nodig is, is de leerling nog niet geschikt voor externe stage.

Stages in centra voor dagbesteding (p. 220 Awbz richtlijn 7.1 uit 2014)

Dagbestedings-uitstroomprofiel: Stage lopen op dagbesteding is geen stage maar voorbereiding op dagbesteding en valt onder de WLZ of Jeugdwet, maar hierover moeten afspraken worden gemaakt over de maximale duur.

 

Bij leerlingen met een uitstroomprofiel dagbesteding dient de Wlz-check te worden uitgevoerd (https://www.ciz.nl/wlz-check) om na te gaan of de leerling recht heeft op een Wlz-uitkering. De Wlz gaat voor de Jeugdwet, dus als een leerling recht heeft op een Wlz uitkering is de Jeugdwet niet meer aan de orde.

Het komt voor dat kinderen met een handicap dermate beperkt zijn dat er geen uitzicht is op een reguliere arbeidsplek. Zij zijn dan voor de rest van hun leven aangewezen op een dagactiviteitencentrum. Ter voorbereiding daarop nemen deze leerlingen tijdens hun schoolperiode al deel aan het dagactiviteitencentrum. De bedoeling daarvan is om het kind en/of ouders alvast kennis te laten maken met de situatie daar of om de acceptatie van de beperkingen van het kind wat makkelijker te maken. Hoewel dit door betrokkenen als ‘stage lopen’ wordt aangeduid, gaat het feitelijk om deelname aan een zorgprogramma.

In tegenstelling tot reguliere stages is geen sprake van enige productiviteit voor de ‘stage-instelling’. De betrokkene heeft dezelfde, (wellicht) zelfs meer, begeleiding nodig als andere deelnemers. Het gaat in principe om een gewenningsfase van korte duur. In dergelijke situaties is er sprake van Begeleiding in dagdelen.

Voorbeeld Jeugdwet

Voor een leerling met ASS problematiek was de overgang naar stagelopen dusdanig groot dat zowel hij als de stagebegeleider vanuit de stageplaats daarvoor ondersteuning nodig hadden. Voor een korte periode is toen specifieke ondersteuning vanuit de Jeugdwet ingezet ter training van zowel de leerling als de stagebegeleider. Na een afbouwperiode is de begeleiding verder door de school gedaan.

Overige onderwerpen

Dit zijn onderwerpen waarover in de praktijk vaak vragen zijn, maar waarover de wet duidelijkheid geeft. Dit zijn:

  1. Intelligentie onderzoek
  2. Epilepsie en leerproblemen

In de twee onderstaande paragrafen lees je meer over deze onderwerpen.

Intelligentie onderzoek

Intelligentieonderzoek: passend onderwijs

Een intelligentieonderzoek kan nodig zijn voor onderwijs aan jeugdigen. Het speelt een rol bij onderzoek naar laag- of hoogbegaafdheid of bij een verwijzing naar het speciaal (basis)onderwijs. Na de uitslag van de test kan het onderwijs aan de jeugdige daarop worden afgestemd. In dat geval is het onderzoek primair gericht op het leerproces. Dit valt onder de zorgplicht van scholen. De gemeente hoeft hiervoor geen voorziening te treffen.

Diagnostisch proces jeugdhulp: jeugdwet onder voorwaarden

Een intelligentieonderzoek kan wél onder de verantwoordelijkheid van de gemeente vallen als het onderzoek onderdeel is van een diagnostisch proces in het kader van jeugdhulp. In dit geval moet er een vermoeden zijn dat er meer aan de hand is dan enkel laag- of hoogbegaafdheid. Het verzoek voor een intelligentietest mag geen los verzoek zijn.

Epilepsie en leerproblemen

Voor leerlingen met (dreigende) leerproblemen én epilepsie, is binnen passend onderwijs een speciale regeling getroffen. Via het Landelijk Werkverband Epilepsie en Onderwijs (LWOE) is voor deze groep leerlingen specifieke begeleiding mogelijk  Bekijk de website van LWOE >

Hiervoor ontvangt het LWOE subsidie van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). De ondersteuning vanuit het LWOE is gericht op advisering van docenten en begeleiding van de leerlingen. Scholen en leerkrachten kunnen zich rechtstreeks melden bij het LWOE, zonder tussenkomst van het regionale samenwerkingsverband.

Het kan zo zijn dat de jeugdige extra ondersteuning nodig heeft, omdat de leerontwikkeling vertraagd verloopt.  Wanneer tijdens een begeleidingsarrangement van het LWOE blijkt dat er behoefte is aan extra onderwijsmateriaal,  bijles of remedial teaching, dan dient dit via het regionale samenwerkingsverband bekostigd te worden. Ook indien er extra toezicht nodig is wegens een leerling met epilepsie (bijvoorbeeld tijdens de gymles) dan vindt financiering plaats vanuit het samenwerkingsverband. Het LWOE kan je in deze gevallen wel ondersteunen bij het maken van een plan met betrekking tot het praktisch inrichten van het toezicht.

Meer informatie?

Kom je er niet uit? Neem dan contact op met de regionale helpdesk jeugdhulp: helpdeskjeugdhulp@tilburg.nl.

Je kunt ook Schulinck raadplegen. Zij hebben een handig schema opgesteld met betrekking tot de afbakening van de Jeugdwet met andere wetten. Schema afbakening jeugdwet met andere wetten Schulinck >