Informatie uitwisselen en privacy

Voor het uitwisselen van privacygevoelige informatie (zoals een ondersteuningsplan) moet gebruikt worden gemaakt van beveiligd e-mailverkeer. Het regionaal samenwerkingsverband Wmo-begeleiding schrijft geen specifieke applicatie voor. Wel worden aan aanbieders de volgende eisen gesteld:

  • Voor het beantwoorden van beveiligde e-mails van toegangsprofessionals moet de aanbieder de retourfunctie van de applicatie van de toegang gebruiken. Waar dit niet van toepassing is, moet de aanbieder gebruik maken van een eigen applicatie voor beveiligd versturen van e-mails en bestanden. Reguliere e-mailapplicaties zoals Outlook voldoen niet. De aanbieder is vrij in de keuze voor een applicatie, zolang de toegang en backoffices hiervoor geen extra software hoeven te installeren. Ook moeten de toegang en backoffices berichten kunnen downloaden en opslaan. Applicaties waarmee gemeenten alleen de mogelijkheid hebben om documenten in te zien en uit te printen, voldoen dus niet!
  • Een aanbieder met een eigen e-mailserver moet beschikken over een PKI overheid-certificaat. Met het PKI-certificaat kan de integriteit, de authenticiteit en vertrouwelijkheid van een bericht worden geborgd.

Vermelding intensiteit en uren

In het ondersteuningsplan moeten aanbieders per resultaatgebied de te verwachten inzet (intensiteit) per week vermelden. Voor de gemeenten Tilburg en Gilze en Rijen moet de aanbieder daarnaast ook het gemiddeld aantal uren per week aangegeven.

Hoe bepaal je de intensiteit per resultaatgebied?

De aanbieder bepaalt samen met de cliënt per resultaatgebied welke inzet per 4 weken nodig is om de gewenste resultaten te behalen. De aanbieder geeft aan hoeveel uren of dagdelen per 4 weken hiervoor nodig zijn. De toegangsprofessional kan hiervoor een voorzet doen en geeft uiteindelijk ook per resultaatgebied een akkoord op het aantal uren of dagdelen per 4 weken.

Het aantal uren of dagdelen per 4 weken bepaalt de intensiteit. Deze wordt voor elk resultaatgebied afzonderlijk bepaald. Bij elke intensiteit hoort een vast tarief per 4 weken. Dit tarief is gebaseerd op gemiddelde inzet van die intensiteit. (= getal dat tussen haakjes staat).

De aanbieder wordt dus niet betaald voor het werkelijk aantal uren/dagdelen dat hij inzet, maar voor het tarief dat hoort bij de intensiteit waarbinnen het aantal uren/dagdelen dat hij inzet valt. Dit is elke 4 weken gelijk.

Maximaal 3 resultaatgebieden

De toegang bepaalt samen met de cliënt op welke resultaatgebieden ondersteuning van een aanbieder nodig is. Dit kunnen meerdere resultaatgebieden zijn. In de praktijk blijkt dat 3 resultaatgebieden het maximum is.

Hoeveel uren/dagdelen begeleiding hebben klanten gemiddeld in de praktijk?

Het gemiddeld aantal dagdelen is 2 dagen per week (16 dagdelen per 4 weken). Het gemiddeld aantal uren begeleiding is ca 1,5 uur per week (6,5 uur per 4 weken). Deze uren kunnen verdeeld zijn over meerdere resultaatgebieden.

Mag je per leefdomein maar één resultaatgebied inzetten?

Ja, per leefdomein kan maar één resultaatgebied worden ingezet. Bijvoorbeeld: op het leefdomein financiën kun je niet zowel 2A als 2B inzetten.

Dagbesteding en daarbij horende individuele begeleiding

Als er enige vorm van dagbesteding ingezet moet worden, valt dat onder het leefdomein maatschappelijke participatie (4). Als in relatie tot deze dagbesteding individuele begeleiding nodig is, dan geldt als stelregel dat 1 uur begeleiding gelijk is aan 2 dagdelen.

Aanwijzen coördinator

Toegangsprofessionals streven ernaar om de coördinatie voor alle zorg en ondersteuning aan de cliënt of huishouden bij één partij te beleggen en neemt dit op in het plan van aanpak. De toegangsprofessional wijst hiertoe in overleg met de inwoner en de aanbieder een coördinator aan. Dit kan het gezin of de inwoner zelf zijn, de toegangsprofessionals zelf of een professionele partij. De aanbieder dient op verzoek van de toegangsprofessional zonder meer bereid te zijn om de rol van coördinator op zich te nemen. Dit houdt in dat hij zorg draagt voor de onderlinge afstemming tussen de betrokken hulpverleners.

De coördinator is verantwoordelijk voor het behalen van de resultaten uit het plan van aanpak en bepaalt samen met de inwoner (en zijn netwerk) welke activiteiten hiervoor nodig zijn. Hij coördineert deze activiteiten, voert deze uit of organiseert dat ze door andere partijen uitgevoerd worden. Daarbij stuurt de coördinator voor zoveel mogelijk activiteiten aan op deelname aan het gewone leven: weer naar school, lid worden van een sportclub, bezoek aan het buurthuis, sociale contacten herstellen enz.

Onderbouwing intensiteit

In het ondersteuningsplan onderbouwt de aanbieder waarom hij een bepaalde intensiteit bij het resultaatgebied adviseert. Hij doet dit door te beschrijven welke activiteiten ten behoeve van de ondersteuning worden ingezet en door dit op een aannemelijke manier te verbinden met de geadviseerde intensiteit.