De afstand van de huidige situatie tot het gewenste resultaat bepaalt wat de best passende intensiteit is. Je kunt de best passende intensiteit kiezen door een casus te toetsen aan een aantal wegingsfactoren. Vraag je steeds af: welke invloed heeft deze factor op de afstand tot het resultaat? En bekijk de verschillende factoren altijd in samenhang met elkaar.

A. (VOORHEEN SEGMENT 2 LICHT)

  • Perspectief: ontwikkelen.
  • Enkelvoudige problematiek; specialistische jeugdhulp nodig
  • Eén tot enkele resultaten te behalen.
  • Te behalen resultaten: zeer overzichtelijk.
  • Veel ondersteunende factoren* aanwezig
  • Geen riscofactoren** aanwezig
  • Indicatie voor inzet is: begeleiding individueel/groep van 1 -23 uren/dagdelen of behandeling individueel/groep van 1 -15 uren/dagdelen.

B. (VOORHEEN SEGMENT 2 MIDDEN)

  • Perspectief: ontwikkelen.
  • Enkelvoudige problematiek; specialistische jeugdhulp nodig
  • Enkele resultaten te behalen,
  • Te behalen resultaten: overzichtelijk.
  • Voldoende ondersteunende factoren* aanwezig
  • Nauwelijks risicofactoren** aanwezig
  • Indicatie voor inzet is: begeleiding individueel/groep 24-49 uren/dagdelen of behandeling individueel /groep 16-33 uren/dagdelen.

C. (VOORHEEN SEGMENT 2 ZWAAR)

  • Perspectief: ontwikkelen.
  • Enkelvoudige tot meervoudige problematiek; specialistische jeugdhulp nodig
  • Meerdere resultaten te behalen.
  • Te behalen resultaten: overzichtelijk.
  • Aantal ondersteunende factoren* aanwezig
  • In beperkte mate risicofactoren** aanwezig
  • Indicatie voor inzet is: begeleiding individueel/groep 50-92 uren/dagdelen of behandeling individueel /groep 34-62 uren/dagdelen.

D.

  • Perspectief: ontwikkelen.
  • Meervoudige problematiek; (hoog)specialistische jeugdhulp nodig
  • Meerdere resultaten te behalen.
  • Te behalen resultaten: redelijk overzichtelijk.
  • In beperkte mate ondersteunende factoren* aanwezig , vooral belemmerde factoren***
  • Gemiddelde risicofactoren** aanwezig
  • Indicatie voor inzet is: begeleiding individueel/groep 93-146 uren/dagdelen of behandeling individueel /groep 63-99 uren/dagdelen.

E.

  • Perspectief: ontwikkelen.
  • Meervoudige tot meer complexe problematiek; (hoog)specialistische jeugdhulp nodig
  • Meerdere resultaten te behalen.
  • Te behalen resultaten alleen bereikbaar met de gecoördineerde inzet van meerdere disciplines of een interventie in het hele systeem.
  • In beperkte mate ondersteunende factoren* aanwezig, vooral belemmerde factoren***
  • Meerdere risicofactoren** aanwezig
  • Indicatie voor inzet is: begeleiding individueel/groep 147-230 uren/dagdelen of behandeling individueel /groep 100-156 uren/dagdelen.

F.

  • Perspectief: ontwikkelen.
  • Meer complexe problematiek; (hoog)specialistische jeugdhulp nodig
  • Meerdere resultaten te behalen.
  • Te behalen resultaten alleen bereikbaar met de gecoördineerde inzet van meerdere disciplines of een interventie in het hele systeem.
  • Te behalen resultaten alleen bereikbaar met een bepaalde mate van grip op de cliënt en diens omgeving door intensief contact met de jeugdige/het gezin.
  • Voor het behalen van de resultaten zijn voor de verschillende leden van het systeem intensieve interventies nodig.
  • Weinig ondersteunende factoren* aanwezig en diverse, moeilijk te beïnvloeden belemmerende factoren***
  • Veel risicofactoren** aanwezig
  • Indicatie voor inzet is: begeleiding individueel/groep 231-353 uren/dagdelen of behandeling individueel /groep 157-239 uren/dagdelen.

G.

  • Perspectief: ontwikkelen.
  • Zeer complexe problematiek; (hoog)specialistische jeugdhulp nodig
  • Meerdere resultaten te behalen.
  • Te behalen resultaten alleen bereikbaar met de gecoördineerde inzet van meerdere disciplines of een interventie in het hele systeem.
  • Te behalen resultaten alleen bereikbaar met een bepaalde mate van beheersing (meer dan bij intensiteit F) over de cliënt en diens omgeving door intensief contact met de jeugdige/het gezin.
  • Voor het behalen van de resultaten zijn voor de verschillende leden van het systeem intensieve interventies nodig.
  • Als bij intensiteit F waarbij de mate van beheersing bij intensiteit G hoger is.
  • Weinig tot geen ondersteunende factoren* aanwezig
  • Zware belemmerende factoren*** aanwezig
  • Veel en/of ernstige risicofactoren** aanwezig
  • Indicatie voor inzet is: begeleiding individueel/groep 354-564 uren/dagdelen of behandeling individueel /groep 240-382 uren/dagdelen.

H. (VOORHEEN DOORLOPEND)

  • Perspectief is vasthouden van een zeker niveau van functioneren.
    • Lage intensiteit met niet-frequent contact (denk bijvoorbeeld aan tweejaarlijkse consulten bij een arts of psychiater).
    • Lichte inzet over een langere periode van ‘vinger aan de pols’ houden.
    • Borgen van de reeds ingezette medicatie, zorg of ondersteuning.

I. (VOORHEEN CHRONISCH)

  • Perspectief: vasthouden van behaalde resultaten.
  • Te behalen resultaten zijn vooral gericht op stabiliseren, verstevigen, verankeren. Voorzien in behoeften om daarmee bestendig en gedegen toekomstige vragen op te vangen.
  • Lage intensiteit met frequent contact.
*ONDERSTEUNENDE FACTOREN ZIJN:

Als er veel ondersteunende factoren aanwezig zijn, maakt dat de afstand tot het te behalen resultaat kleiner. We denken hierbij aan: leerbaarheid, motivatie, eigen steunnetwerk, het gaat goed op school, inzet voorliggende voorzieningen, eigen kracht, eigen regie.

** RISICOFACTOREN VERGROTEN DE KANS DAT HET RESULTAAT MOEILIJKER TE BEREIKEN IS.

Risicofactoren zijn factoren die de kans vergroten op het moeilijker bereiken van het resultaat. Sommige risicofactoren kun je beïnvloeden en sommige niet. (Bijvoorbeeld een moeder met een bipolaire stoornis die op het moment stabiel is, is een risicofactor tijdens de ondersteuningsperiode). Is de kans groot dat de risicofactor zich voor zal doen en is de invloed op de te behalen resultaten ook groot, dan scoort risicofactoren hoog.

*** BELEMMERENDE FACTOREN ZIJN HET TEGENOVERGESTELDE VAN ONDERSTEUNENDE FACTOREN:

Als er veel belemmerende factoren aanwezig zijn, maakt dat de afstand tot het te behalen resultaat groter. We denken hierbij aan: lage leerbaarheid, lage motivatie, weinig of negatief netwerk, problemen met of op school, weinig of geen mogelijkheden gebruik te maken van voorliggende voorzieningen, weinig mogelijkheden om terug te vallen op eigen kracht en eigen regie.